De restauratie van de basiliek

DSC00062

DE RESTAURATIE VAN DE BASILIEK

Jezus zei reeds: “Als gij niet opnieuw geboren wordt, zult gij het Rijk der Hemelen niet binnengaan.” Inderdaad, op aarde is alles aan verval onderhevig en aan restauratie toe. Materieel moeten kerkgebouwen onderhouden en telkens weer gerestaureerd worden. Geestelijk moeten kerkgemeenschappen bewaard en telkens weer vernieuwd worden. Dat is ook de geschiedenis van de St. Lambertus.

Restauratie-Geschiedenis

De kerk heeft vanaf 1890 een geschiedenis van restauraties (= herstel) en renovaties (= vernieuwing). Bij haar eeuwfeest in 1990 werd dat vastgelegd in de uitgave “Portret van Hengelo’s oudste parochie“. Tegelijkertijd werden rond het eeuwfeest al de eerste plannen gemaakt voor een grote binnenrestauratie.

Onderdelen van de restauratiegeschiedenis zijn nog steeds zichtbaar in de huidige St. Lambertusbasiliek

1890                kerk en toren

1895                eerste, eenvoudige neogotische beschildering in de drie kerkschepen

1906                Mengelberg-hoofdaltaar

1923                tweede, rijke  neogotische versiering op priesterkoor, zijaltaren en achterwand

1949                nieuw kerkorgel

1950                (en later) nieuwe glas-in-loodvensters in priesterkoor en zijmuren

1961                nieuwe niet-gotische preekstoel (later weer weggehaald)

1963                derde, uiterst sobere herbeschildering van de gehele kerk

1988                nieuw, leien dak en herstel toren, herinrichting Maria- en doopkapel en portaal

1998               de 2 waardigheidstekenen van de basiliek (conopeum en  tintinnabulum)

Grote restauratie   (2002)

Rond het patroonsfeest van St. Lambertus, 17 september 2002, is een ingrijpende restauratie gereed gekomen die twee vroegere neogotische stijlperiodes combineert en de binnenkant van de basiliek tot een artistiek hoogwaardig en religieus inspirerend kunstwerk maakt. Waarlijk een basiliek, een “koningshuis”, waar kunst, liturgie, geloof en Bijbel tot een unieke eenheid zijn samengebracht.

Restauratie-pilaar (links voor in de kerk)

 Hierop zijn  de 4 grote fasen van de kerkbeschildering te zien

1895                eerste, eenvoudige beschildering in neogotische stijl

1923     tweede, rijkere neogothische beschildering door fa. Dunselman uit Amsterdam

1963                derde, eenkleurige witgrijze beschildering       

2002                vierde, ingrijpende restauratie: terug naar de neogotiek van 1895 en 1923

 Restauratie-Plan  2002

Het restauratieplan van 2002 heeft zelf ook een geschiedenis.

 Fase 1

In overleg met aartsbisdom Utrecht en overheid (gemeente en monumentenzorg) besloot de restauratiecommissie allereerst tot een relatief eenvoudige renovatie, vooral ook vanwege de toch al hoge kosten, 1,8 miljoen gulden. In het plan waren opgenomen: schilderbeurt, orgelrestauratie, kerkverlichting, altaarvernieuwing en verwarming.

 Fase 2

Het Cuypersgenootschap mengde zich in de besluitvorming en ijverde voor een terugkeer naar de oorspronkelijke neogotiek. Zij gaf de overheid een negatief advies voor subsidietoekenning aan het oorspronkelijke renovatieplan.

 Fase 3

Noodgedwongen werd gestart met een proefproject in de Mariakapel vóórin. De ontdekkingen waren zo positief, dat de commissie het besluit nam tot de dure restauratie: ‘Terug naar de oorspronkelijke neogotiek. Na veel wikken en wegen werd besloten tot de volgende constructie: ‘De drie altaren voorin als ook de wand achterin zullen worden gerestaureerd in de stijl van 1923, de rest van de kerk (grotendeels) in de stijl van 1895. Alle andere projecten (orgel, licht, altaar, verwarming) worden doorgeschoven naar later.’